Aansprakelijkheid

Wettelijk gezien mogen leraren zonder bevoegdheid niet zelfstandig voor de klas staan. Voor diverse on(der)bevoegde groepen geldt dat zij onder bepaalde omstandigheden op geoorloofde wijze kunnen worden ingezet voor de klas.

Mocht de keuze voor een (nog) niet bevoegde medewerker nodig zijn, dan bepaalt de schoolleider of het bestuur zijn bekwaamheid en geschiktheid. Hierbij kan gedacht worden aan het inzetten van een LIO, een kunstenaar voor handenarbeid, of een muzikant voor muziek. Een belangrijke algemene voorwaarde is dat elke medewerker in het bezit moet zijn van een VOG. Medewerkers die in opleiding zijn om hun bevoegdheid te halen gaan boven het inzetten van onbevoegden;

Zet alleen onbevoegde krachten in voor vakken buiten het kerncurriculum, of voor begeleiding / oefening van vakken binnen het kerncurriculum, als de enige andere optie is om een klas naar huis te sturen. 

Het schoolbestuur blijft dus aansprakelijk. Alle wat onder schooltijd plaats vindt in het schoolgebouw en op het schoolplein is de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur.

Aandachtspunten

  1. Zorg dat een leerkracht, of eventueel een onderwijsassistent die de groep kent, snel beschikbaar is als de situatie daarom vraagt. Zij weten het beste hoe te reageren op wat er in de groep gebeurt. 
  2. Zorg voor de juiste begeleiding voor (nog) niet bevoegde medewerkers en starters, met hulp van bijvoorbeeld medewerkers op bovenschools en/of bovenbestuurlijk niveau (zoals regionale transfercentra). Zo worden leerkrachten zoveel mogelijk ontlast en wordt de kwaliteit van de lessen zoveel mogelijk geborgd.